Kijk eens rond iedereen, wat hebben we weer een bont gezelschap vanavond. Ik zie wat herders die wachten tot de pas opengaat en een handelaar in kruiden op doortocht. Daar zitten een paar houthakkers lijkt me en u meneer bent volgens mij een edelman op reis, is het niet? Jullie maken allemaal gretig gebruik van de mogelijkheid om je vrij door het land te bewegen merk ik en waarom ook niet? De winsten zijn vele, en veiligheid is niet zo’n groot probleem. Ja, ik weet van de overvallen rond de Ratzgripper weg en bij het Gohrener bos moet je wegblijven deze tijd van het jaar, maar al om al hebben jullie het zo slecht nog niet. Het is niet altijd zo geweest hier; toen ik jonger was bleef je liever thuis tenzij je erg goed bewapend was of heel erg wanhopig. Eenzame reizigers kwamen vaker niet op bestemming aan dan wel. Soms vond je hun overblijfselen langs de weg en soms vonden hun overblijfselen jou. De wildernis leek wel mee te doen met de hoeveelheid wilde dieren die je pad kruiste. Zelfs in je eigen dorp was het vaak niet veilig, ondoden vielen regelmatig aan en elke nacht dat je van huis was vroeg je je af of het er nog wel stond. Buitenstaanders werden niet vertrouwd en met reden. Er gebeurden vaak rare dingen als je de verkeerde mensen je dorp binnenliet.
Er waren natuurlijk stedelingen die doorhadden dat ze een hoop handel misliepen door het gebrek aan veilige routes. In een plaats genaamd Jähgzig probeerden een aantal burgers de magistraat over te halen om actie te ondernemen. Die magistraat had daar natuurlijk helemaal geen zin in, want zodra mensen het idee zouden krijgen dat hij verantwoordelijk was voor veiligheid op de wegen zou er geen einde zijn aan de klagers. Dus maakte hij een gebaar: hij zou een paar huurlingen op pad sturen om de populatie wilde dieren te reduceren. En daar zat ik tussen. Normaal deed ik dit soort werk niet, maar ik zat een beetje krap bij kas en ik moest ook wel toegeven dat het een beetje te gek werd hoeveel onbenullen er werden opgegeten. Bovendien zouden de huurlingen hopeloos verdwalen zonder mij en Mr. Fluffy, mijn leeuw.
Oh, ik had nog niet verteld over mijn reisgenoot rond die tijd, he? Ik had een paar jaar terug een jonge leeuwenwelp gevangen en getrained. Een leeuw is een soort panter, maar dan effen geel, iets groter, en de mannetjes krijgen een grote tooi haar als ze volwassen worden. Ja, het was een stuk handiger om met Mr. Fluffy rond te reizen dan met een hond; Mr. Fluffy wist wel raad met panters en wolven die me probeerden te besluipen. Het was wel eens lastig in de bewoonde wereld, met een leeuw een slaapplaats in een herberg te vinden, maar het was zeker beter dan niet bij de herberg aan te komen.
Maar ik dwaal af. Ik en Mr. Fluffy gingen met een handvol huurlingen onder leiding van ene Grolliger op pad om het bos ten noorden van Jähgzig iets veiliger te laten lijken.

Een reactie plaatsen
Feed met reacties voor dit artikel