Dag 8

(vervolg)Ondanks het slechte begin – Duco die tijdens zijn wacht in slaap was gevallen – verloopt de reis voorspoedig. Zonder enige moeilijkheden komen we aan in Ungrad. Ook de leverancier is makkelijk te vinden. Deze blijkt het object nog in zijn bezit te hebben aangezien de betaling nooit is aangekomen. Ik betaal de man en krijg het pakketje mee. We besluiten om de nacht in Ungrad te blijven en de volgende ochtend terug te reizen naar Rotwald.

Voordat ik in slaap val vraag ik me af of mijn slechte voorgevoel onterecht was. Het is immers alleen een koeriers dienst die we nu leveren. Wat had ik dan verwacht? Ik stop de gedachte aan het voorgevoel weer weg en val rustig in slaap.

Dag 9

Goed uitgerust begin ik aan de nieuwe dag. Mijn reisgenoten lijken allemaal vrolijker, waarschijnlijk omdat ze de beloning in Rotwald kunnen ruiken. Wie ben ik om de stemming te dempen? Dus we vertrekken goed gemutst uit Ungrad. De reis verloopt bijna de hele dag zonder enige bijzonderheden. Pas als de schemering valt worden we opgeschrikt door hulpgeroep vanaf de bosrand.

Ik zie een figuur uit het bos verschijnen en naar onze wagen rennen. Hij lijkt verward. Ik stop de wagen en waarschuw mijn reisgenoten in de kar. Het zou een truuk van struikrovers kunnen zijn, maar de figuur speelt het dan erg goed. Dan zie ik waarom hij zo hard rent: achter hem zie ik schimmen van panters. Hoe hard de man ook loopt, hij zal de panters nooit voor kunnen blijven! Direct storm ik de man tegemoet, hopelijk nog op tijd om de panters van hem af te meppen. Voordat ik in de buurt ben wordt hij al besprongen. De man, zo te zien een jager, wordt door het gewicht van de panter tegen de grond gesmeten. Klauwen rijten diep in zijn vlees en zodra hij plat ligt graven de tanden van de panter in zijn nek.

Een pijl zoeft langs me heen en raakt een van de andere panters. In de ijdele hoop de man nog te kunnen redden negeer ik de andere beesten. Ik ram met alle kracht tegen de panter die denkt een verse biefstuk te hebben en beuk hem van zijn prooi af. Mijn reisgenoten zijn ook in actie gekomen. Magische pijlen roosteren andere panters, en echte pijlen verwonden een ander. Het is snel afgelopen met de panters, maar niet snel genoeg. De man is al aan zijn verwondingen overleden. Hij heeft niks bij zich waaruit we op kunnen maken wie hij was of waar hij vandaan kwam. Wij begraven hem langs de weg als anoniem slachtoffer van ongewoon agressieve panters.

We reizen nog een klein stukje door voordat we ons kamp op maken. Morgen zullen we aankomen in Rotwald. De gebeurtenis met de panters stemt ons enigszins droef, maar we hebben gedaan wat we konden. Vandaag was het niet genoeg voor het slachtoffer, de volgende keer zijn we misschien wel op tijd. Ik verdeel de wacht en we overnachten in alle rust.

Dag 10

Wonderlijk genoeg heeft iedereen netjes zijn wacht gehouden. Ik voel me er een beetje bizar bij, maar hoop dat ik er snel aan mag wennen. Na een simpel ontbijt zetten we het laatste deel van onze reis in. In de loop van de middag zag ik in de verte Rotwald al liggen. En ik zag ook een enorme obelisk midden in Rotwald. Hier is iets goed mis. Een dergelijke obelisk kunnen ze daar nooit in zo’n korte tijd hebben gebouwd. Als we dichterbij komen voel ik me erg oncomfortabel. Toch zet ik door. Ik wil weten wat er aan de hand is.

Eenmaal in Rotwald vergapen mijn reisgenoten zich aan de obelisk. Het komt op mij over als een overheersend, kwaadwillend object. Toen we vertrokken stond er op zijn plek nog een rustieke fontein. Daarvan is geen spoor meer terug te vinden. De rest van Rotwald lijkt nog hetzelfde. Wel zijn er hier en daar wat gebouwen veranderd, en zelfs nieuwe gebouwen bij gebouwd? Of verbeeld ik me dat? Ik besluit het pakket af te gaan leveren en dan meteen de artificer te vragen wat er gaande is.

Een oude man doet open, maar het is niet de artificer. Hij kent mij niet en verteld dat de artificer al lang is overleden. Ik kan me zijn gezicht herinneren. Toen we de opdracht van de artificer kregen was hij nog een jonge knecht! Hij kan zich ook herinneren dat ik het artefact op zou halen, en maakt zich erg kwaad dat ik zo lang ben weg gebleven. Ik probeer de man tevergeefs uit te leggen dat ik maar een paar dagen weg was. Ik kan hem niet kwalijk nemen dat hij me niet begrijpt. Het lijkt wel of er 30 jaar voorbij gegaan zijn. Ik neem maar afscheid van hem, hij kan me niet verder helpen.

Maribella staat nog steeds de obelisk te bestuderen. Over de gehele oppervlakte zijn tekens gegraveerd. Driehoekjes, vierkantjes en rechthoekjes vormen een tekst in een vreemd en voor mij onleesbaar schrift. Leanna vertrekt naar de wapensmid. De obelisk kan haar interesse blijkbaar niet zo lang vasthouden. Zelf ga ik met Duco naar de tempel. De abt herken ik absoluut niet. Hij weet ook niks over de paard en wagen. Op mijn verzoek haalt hij de boeken erbij van de datum waarop ik getekend heb voor het paard en de wagen. Het boek ziet er oud uit, en ik zie mijn eigen handschrift terug. Ik lever de paard en wagen alsnog in. Helaas kan ook de abt me niet verder helpen. Hij lijkt…. doelloos en de tempel komt op me over als een lege huls.

Terug op het plein praat ik met Maribella. Ik neem ook de tijd om de obelisk zelf wat beter te bestuderen. Als ik de energie van het ding peil wordt ik overweldigd door het kwaad. Dit is veel ernstiger dan ik dacht. Ik maak mijn bevinding kenbaar aan Maribella en ze deelt mijn zorgen. Het lijkt erop dat deze obelisk de gedachten van alle mensen in de omgeving onder controle heeft. We besluiten om buiten het dorp te slapen om zo zelf niet onder controle van het apparaat te vallen. Navraag bij de lokale bevolking bevestigd het beeld dat ze gehersenspoeld zijn. En ik verneem dat er in Grendl ook een dergelijke obelisk staat. Wie zit hier achter?

We besluiten om te vertrekken voor de schemering valt. We vinden Leanna bij de wapensmid, en ze lijkt nu al aangetast door de obelisk. Gelukkig is ze er nog niet zo erg aan toe. Ik doe een bezwering die haar voor korte tijd zal beschermen tegen kwade invloeden en ze gaat zonder problemen met ons mee. Meerdere dorpsbewoners spreken ons aan als we op het punt staan om weg te gaan. Allemaal zeggen ze exact hetzelfde: “Gaan jullie nu al? Jullie komen toch wel terug he? Anders komen we jullie halen.”

Deze woorden sporen ons des te meer aan om snel uit het dorp te vertrekken. Alleen Duco blijkt op het laatste ook onder invloed te vallen van de obelisk. Hij weigert mee te gaan. Ik heb geen tijd meer voor een bezwering. Ook Maribella kan hem niet subtiel controleren. Mijn hand vormt al een vuist om Duco des noods knock out mee te nemen. Leanna is me echter voor. Met de bewusteloze Duco verlaten we het Rotwald, op weg naar Grendl om de situatie daar te bekijken.

De obelisk bleek niet van plan ons zo maar te laten gaan. Halverwege Rotwald en Grendl maken we ons kamp op omdat we hopen dat de obelisken hier geen, of tenminste zo weinig mogelijk, invloed hebben. Maar de obelisk heeft een aantal wilde dieren achter ons aangestuurd. Gelukkig genoeg kon de obelisk op deze korte termijn niet een echte bedreiging naar ons sturen. We ontdoen ons snel van onze belagers en voltooien ons kamp. Geen vuur dit keer, en dubbele wacht….