Dag 6

Vandaag is voorlopig mijn laatste dag in Rotwald. De meeste voorbereidingen zijn al getroffen, maar er moeten nog wat kleine dingetjes geregeld worden. Ik denk aan eten en drinken voor mijn reisgenoten. En voor het paard. Ik denk ook aan de algemene uitrusting die vaak uit gemak wordt vergeten. Toortsen, vuursteentjes, touw en dergelijke.

Maar het wordt tijd om eens te gaan beoordelen wat ik aan mijn reisgenoten heb. Ik zoek ze op en vind ze netjes aan het ontbijt. Duco lijkt geen kater te hebben vandaag, mooi. Ik kondig aan dat we morgen vertrekken. Ik vraag Freek om voor het proviand te zorgen, en ik suggereer aan Duco dat hij vandaag probeert wat te verdienen. Zelf ga ik de stad in om wat algemene uitrusting te verzamelen.

Bij de tempel verzeker ik me ervan dat morgen paard en wagen klaar staan. De uitrusting en het proviand dat we meedragen is te uitgebreid om op de rug mee te nemen. En Duco’s ezel vertrouw ik niet echt. Als ik zeker ben dat alles in orde is mediteer ik de rest van de middag. Onderweg zal ik weinig rust krijgen, vrees ik.

’s Avonds ga ik weer naar de inn om polshoogte te nemen. Freek heeft zijn werk gedaan, dus qua proviand zitten we goed. Duco’s pols is wisselvallig als altijd. Hij lijkt weer terug te vallen in verwarring. Hij heeft een bit voor een ezel. Misschien denkt hij dat het een paard is? Ik laat hem maar begaan. Zo heeft hij tenminste iets om zich mee bezig te houden.

Duco gaat vroeg naar bed. Dat is een goed plan. Ik adviseer Freek om hetzelfde te doen, maar hij wil nog wat spelen. Een beetje muziek wordt door de andere bezoekers op prijs gesteld. Ik vertrek zelf ook naar bed, het zal morgen vroeg dag zijn.

Dag 7

Mijn verblijf in Rotwald is van korte duur. Ik bedank de abt voor zijn gastvrijheid en behulpzaamheid. Met zijn zegen en paard met wagen begeef ik me naar de inn. Duco en Freek zijn ook klaar voor vertrek. We laden het proviand in de kar, en dan is het wachten op Leanna en Maribella.

Lang laten ze niet op zich wachten. Met hun uitrusting spik en span komen ze zelfverzekerd over. Blijkbaar hebben zij – nog – geen problemen met aanpassen. Of dit een goed teken is weet ik nu nog niet. Zonder verder te dralen besluit ik tot vertrek. Ik heb geen behoefte aan een nieuwe aanvaring tussen de elven en de dwerg.

Dan valt het me op. Tijdens de reis is het stil. Het lijkt erop dat iedereen iets verwacht. En dat iets ook afwacht. Iedereen behalve Duco. Hij probeert een gesprek aan te knopen met Leanna, maar wordt voor het grootste deel genegeerd. De zinnen die hij uit komen als verwarde praat over, de antwoorden kort en onverschillig. Leanna is duidelijk geen praatjesmaker.

Ik ben me er wel van bewust dat Maribella naast me op de bok is komen zitten. Maar ik besluit me te concetreren op de weg voor ons. Een gespannen sfeer hangt om ons gezelschap heen. Dan zie ik voor ons een aan herten. Ik houd stil, en vraag Leanna om even te komen kijken. Dit is een buitenkansje om een hert te schieten. En om de sfeer te doorbreken. En om te zien hoe goed ze met een boog overweg kan.

Lang duurt de onderbreking niet. De eerste pijl is perfect. In een mum van tijd is het hert gevild en zijn we weer onderweg. We maken redelijk voortgang. Maribella maakt me duidelijk waarom ze op de bok is komen zitten door aan te geven dat ik linksaf moet. Ze heeft een kaart van het gebied aangeschaft. Binnen onze groep lijken we elkaar prima aan te vullen.

De reis loopt voorspoedig tot het eind van de middag ik een beer op de weg zie. De beer houdt ons in de gaten, maar lijkt niet agressief. Ik houd stil, en de beer vind zijn weg naar de bosrand, waar hij uit zicht verdwijnd. Ondertussen begint het al te schemeren. We zullen hier ons kamp moeten opslaan. Dit is de andere reden waarom ik een wagen wilde. Het biedt een relatief veilige en beschutte plek om te slapen. Tijd om Duco op de proef te stellen door hem de eerste wacht te geven. Ik vertel hem dat hij mij moet wakker maken voor de tweede wacht.

Dag 8

Ik wordt wakker gemaakt met een flinke por in m’n zij. Een schril contrast met de voorgaande dagen. Ik neem mijn wekker waar bij ochtendgloren. Het is Leanna, in de ochtend. Duco heeft mij dus niet voor mijn wacht wakker gemaakt. Leanna is weinig spraakzaam. Ik weet genoeg. Na een kort ontbijt zetten we onze tocht voort…

Wordt vervolgd